Zondag zeedag

We fietsten door de regen en het donker. Gelukkig was de trein warm. We speelden, tekenden, lazen, dronken en snoepten. En stapten uit in de regen.

We kochten wandelschoenen, extra dikke sokken en kwamen eindelijk aan het strand. We renden, liepen naar het water, wandelden, keken naar de regen in het zand. We warmden op bij een pannenkoek en een wafel en kochten een schup. We lieten onze putten vol met water lopen, braken onze schup en renden dan maar verder. We bezochten een vismarkt en hij vroeg bij elke vis hoe die heette. We dronken nog wat in een café en gingen naar het station.

De trein terug was warm, we aten en speelden, tekenden en keken naar buiten. Vlak voor het eindstation viel hij in slaap. Onderweg op de fiets sliep hij verder. In bed gloeiden zijn wangen nog altijd. De ochtend erop nog een beetje.

Ik hoop dat hij zich later zo’n gewone dagen herinnert. Niet in detail, maar eerder als een warm gevoel.

Advertenties

About this entry