Vrije trap

Het was sinds een welgemikte bal tijdens zijn tienervoetbalcarrière in het Katholiek Sportverbond geleden dat de vader nog eens recht in zijn kruis was geraakt.

Het gebeurde op een zaterdagochtend, die zonnig en met een goedgeluimd ontbijt was begonnen. Na het afruimen ravotten de vader en de zoon met elkaar, zoals jongens dat doen. En zoals dat gaat met jongens, ook tijdens voetbal, gaat het er wel eens hevig aan toe.

Op een gegeven en, zo zou blijken, fataal moment tilt de vader de zoon op, uitbundig lachend en trappelend, om hem de lucht in te zwieren. Net wanneer de zoon op de juiste hoogte hangt, – de rug naar de vader gekeerd, het is een fractie van een seconde – haalt het rechterbeen van de zoon uit.

Het is een schijnbaar ijle trap in de lucht, en mocht er een bal op de juiste plaats gelegen hebben, hij was met de klassieke Beckham-kromming onhoudbaar in de kruising verdwenen. Maar de onschuldige en genadeloos gerichte kick bereikt een heel ander doel; de kleine hiel vindt enthousiast het einde van zijn loopbaan in het orgaan dat mee verantwoordelijk is voor het jonge bestaan van de kleine voetballer.

In een ultiem moment van zelfopoffering slaagt de vader erin de zoon veilig op de grond te zetten. Daarop ligt hij, in regelrechte voetbalster-met-blessure-foetushouding, geluidloos ineengezakt op het tapijt, goed wetend dat niets hem nu kan helpen, dat alleen mannen weten wat hij voelt, en dat hij eenvoudigweg moet wachten tot de pijn, op een niet nader te bepalen plaats in de onderbuik, wegebt, terwijl de zoon lachend “Mama! Papa, aap!” roept. (De vader pleegt wel eens een slapende aap te spelen die plots wakker wordt wanneer de zoon dichtbij is.)

De moeder lacht vanuit de gang, zich van geen kwaad bewust, en bijzonder vertederd door wat ongetwijfeld als een mooi vader-zoon-moment oogt: “Speelt papa weer aap, jongen?” vraagt ze. “Die man toch van mij,” denkt ze. Ze raakt pas op de hoogte van de ware toedracht van de feiten wanneer de vader na 10 minuten stille blessuretijd, fluisterend en kreunend op de badrand haar weet in te lichten over hoe de vork juist aan de steel zat. Ze probeert met een mengeling van medelijden en dat-komt-ervan-empathie, haar lach in te houden. Net voldoende om de vader niet nog meer te ontstemmen.

Het zou nog een tijd duren voor de vader weer helemaal spontaan met de zoon kan ravotten, zonder nostalgisch terug te denken aan de tijd dat hij nog echt voetbalde, of zonder plots de houding aan te nemen van een speler die mee het muurtje in moet om met alle middelen die het spel toelaat, een welgemikte vrije trap van de tegenstander te ontwapenen.

Advertenties

About this entry