10 stukjes over meesterschap

1.
Ze is achttien, net van school. Ze gaat acteren, het mag van thuis. Ze schrijft zich in voor een auditie aan een conservatorium. Ze heeft een monoloog ingestudeerd, een oude indiaanse tekst die haar dierbaar is. Ze betreedt de ruimte, haar stappen galmen. De jury, drie grote namen uit de theaterwereld achter een tafel, wachten. Ze vertelt wie ze is, wat ze heeft gedaan. Ze mag beginnen. De woorden galmen in de lege ruimte. Na drie zinnen wordt ze onderbroken met een “Onvoldoende.” Op haar vraag wat dat betekent, luidt het antwoord: “Dat spreekt toch voor zichzelf.” Ze besluit nooit meer te acteren.

2.
“De echte motorfiets waaraan je werkt, is een motorfiets die jezelf heet. De machine die ‘daar voor me’ schijnt te staan, en de mens die ‘in me’ schijnt te zitten, zijn niet twee afzonderlijke dingen. Ze groeien samen naar Kwaliteit toe of raken samen steeds verder van Kwaliteit verwijderd.” (a)

3.
In een van de Karate Kid-films moet de kid de eerste dagen en weken van zijn training alleen de tuinomheining van zijn leraar schuren. Met beide handen, in cirkelbewegingen tegen de klok in. Telkens hij horizontaal of verticaal schuurt, komt de oude man hem corrigeren. Londgaan, altijd londgaan, zegt hij. Na uren schuren is de kid het kotsbeu en vraagt hij razend aan zijn leraar waar het werkje in godsnaam goed voor is. De leraar kijkt hem zwijgend aan en valt plots aan met een slag van zijn arm. Met een razendsnelle automatische cirkelbeweging pareert de kid de aanval.

4.
“Vaak vragen volwassenen aan een kind: “Wat wil je later worden?”Een kind moet niet ‘iets’ worden. Een kind is al iemand.” (b)

5.
In een dorp aan zee in Senegal komen een twintigtal artiesten van over de hele wereld samen, schilders, schrijvers, dansers, regisseurs, beeldende kunstenaars… Alle leeftijden, alle talen door elkaar. Ze kennen elkaar niet. Een bekende danseres geeft hen enkele weken bewegingsleer, dansles. Hun werkplaats is een open theater zonder muren: alleen een dak boven een ronde van zand. Dagelijks komen mensen van het naburige dorp kijken, luisteren, ze dansen mee. De bewoners nemen deel aan hun Werk, de dansers laten de wereld binnen, medemensen, de bomen vlakbij, de wind die van zee komt, de horizon. Ze vinden hun plaats.

6.
“Hij maakte altijd tijd voor mensen, van de grootste beginner tot de meest ervaren speler. Ik zag hem een keer backstage spelen met een jongen die, zo leek het, pas een gitaar had gekregen, hij had een halfuurtje les gewonnen in een lokaal radioprogramma. Stevie ging er compleet in op, bleef hem aanmoedigen, hem trucs leren, luisteren.” (c)

7.
Niets moet van de meester-songwriter, hij deelt wat hij weet, wat hij kent, zijn ervaring, dagelijks gedoseerd. Iedereen in deze workshop is zo verschillend: leeftijd, spelniveau, ervaring, achtergrond – maar we ontmoeten elkaar. Niemand vertelt hier wat er moet gebeuren, wat ik moet doen, wat er aan de hand is, of er iets mis is. Niets wordt verwacht. Iedereen gaat aan de slag. Ik schrijf dagelijks een lied, maar ben als de dood om het ’s avonds tijdens het toonmoment te spelen. Ik zie mezelf niet graag zitten, hoor mezelf niet graag zingen met mijn bange stem. De spiegel is steenhard. Hij blijft heel, mijn wereld gaat aan scherven. Wat ik kende, geldt hier niet meer. Ik val, sta op, begin opnieuw, ik vind ongekende energie. De meester doet niets, hij schept omstandigheden waarin ieder voor en aan zichzelf kan werken en zijn of haar unieke les kan leren. Elke weg is anders.

8.
Aidan Chambers geeft een zoveelste lezing over schrijversschap. Het is doodeenvoudig, opent hij. “Regel één voor iedereen die kunst maakt: er zijn geen regels.”

9.
“Van de miljoenen en miljoenen GSM-gesprekken die elk uur plaatsvinden in de steden en randgemeenten van deze wereld, beginnen de meeste, of het nu over zaken of persoonlijke aangelegenheden gaat, met een mededeling over waar de beller zich bevindt. Vandaag moeten mensen meteen kunnen bepalen waar ze zijn. Alsof ze achtervolgd worden door twijfel die hen influistert dat ze zich nergens bevinden.”(d)

10.
Na een paar jaar werken reist hij alleen een half jaar de wereld rond. Hij leert andere mensen kennen, leert zichzelf beter kennen. Hij schrijft zich in voor aan auditie aan een conservatorium. Hij betreedt de ruimte, herkent de galm, de drie grote namen uit de theaterwereld achter de tafel. Hij vertelt wie hij is, wat hij heeft gedaan. Hij brengt zijn tekst. Na zijn stuk besluit de jury: “U bent toegelaten.”
Hij antwoordt:“Ik zie geen verschil tussen wie ik de eerste keer was en nu – op een paar jaren meer leven na. Het hoeft niet meer” en verlaat de zaal.

– Gerrit Janssens
Vrij naar Ten dispatches about place. John Berger. Le Monde Diplomatique. 2005.

(a) Robert M. Pirsig. Zen en de kunst van het motoronderhoud. Bert Bakker, 1986.
(b) Joke van Leeuwen. Bron onbekend.
(c) Stevie Ray Vaughan special. Guitar Player Magazine. Editie onbekend.
(d) Ten dispatches about place. John Berger. Le Monde Diplomatique. 2005. Mijn vertaling.

Deze column verscheen in dzJeM,
een jongerenmagazine van Jeugd en Muziek Vlaanderen.

Advertenties

About this entry